Hoe je tandheelkundige implantaten sneller vastzet – zonder te wachten
Niemand houdt van wachten. Zeker niet als het om tandheelkundige implantaten gaat. Je hebt de operatie ondergaan, de implantaten zijn geplaatst, en nu moet je gewoon wachten tot het bot zich heeft hersteld, zodat je eindelijk je kroon kunt krijgen en weer normaal kunt eten. Daarom maken we gebruik van near-infraroodlicht. Het doel is om deze ‘verbinding tussen bot en implantaat’ te versnellen. In plaats van te wachten tot de natuur haar werk doet, gebruiken we licht om het bot aan te sporen tot actie.
Hoe het werkt (in simpele termen)
Stel je near-infraroodlicht voor als een soort ‘wekker’ voor het bot. Het licht dringt door de tandvlees heen en bereikt het bot waar de implantaten zitten. Binnenin de cellen zitten kleine energiecentrales genaamd mitochondriën. Het near-infraroodlicht raakt hierdoor een bepaald enzym aan, waardoor de cellen plotseling veel meer energie krijgen. Deze energie zorgt erop dat de cellen die het bot vormen sneller gaan werken. Ze maken sneller mineralen aan, waardoor de titaniumimplantaten veel eerder vastzitten dan anders.
Het moeilijke deel: de juiste dosis bepalen
We kunnen het gebied niet zomaar met licht bestrijken. Als de warmte te hoog wordt, kan het zachte weefsel beschadigen. Dat willen we natuurlijk voorkomen. Daarom gebruiken we een specifiek bereik van golflengten: tussen 800 nm en 1000 nm. Dit is het ‘ideale gebied’, waar het licht diep genoeg komt om het bot te bereiken, maar het tandvlees niet beschadigt. Het is een delicate balans. Te weinig licht heeft geen effect; te veel licht veroorzaakt problemen. We hebben veel tijd besteed aan het vinden van de juiste intensiteit, zodat het veilig en effectief is.
Het toepassen in het echte mondholte
Het ontwerpen van een apparaat voor het gebit is erg moeilijk. Het is een krappe ruimte, het is vochtig, en er is geen ruimte voor grote apparaten. We hebben onze emitters zo gemaakt dat ze erin passen, maar we zorgen er ook voor dat het licht precies op de juiste plek terechtkomt. Maar hier komt het: elke patiënt is anders. Sommige mensen hebben bot dat stevig is, terwijl anderen bot hebben dat meer op schuim lijkt. Ze absorberen het licht op verschillende manieren. Je moet dus de dosis aanpassen afhankelijk van de patiënt. Ook moet je ervoor zorgen dat het apparaat perfect past bij het weefsel. Als er een opening is, zal het licht gewoon van de oppervlakte worden gereflecteerd, en dan mist je die ‘trigger’ voor herstel.